Als ondernemer steekt u tijd, geld en vertrouwen in uw werknemers. Wanneer dat vertrouwen grovelijk wordt beschaamd – denk aan diefstal uit de kassa, fraude met urendeclaraties, of excessief geweld op de werkvloer – is de eerste, volkomen begrijpelijke impuls: "Eruit, en wel nu meteen." Toch is dit hét moment waarop u als directie uw emoties moet uitschakelen en uw juridische radar op scherp moet zetten.
Een ontslag op staande voet is de zwaarste sanctie binnen het Nederlandse arbeidsrecht. Het wordt door rechters gezien als een *ultimum remedium* (laatste redmiddel). Omdat de gevolgen voor de werknemer desastreus zijn (direct verlies van inkomen én verlies van het recht op een WW-uitkering), toetst de kantonrechter deze maatregel uiterst marginaal en genadeloos streng.
Het juridische kader: De drie ijzeren vuistregels
Voor een rechtsgeldig ontslag op staande voet (artikel 7:677 BW) moet gelijktijdig aan drie cumulatieve eisen worden voldaan. Faalt u op slechts één van deze punten? Dan sneuvelt het gehele ontslag in de rechtszaal.
- De dringende reden: Er moet sprake zijn van een objectieve, zwaarwegende reden waardoor redelijkerwijs niet van u gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst ook maar één dag langer te laten voortduren.
- Onverwijld gegeven: U moet de sanctie direct toepassen zodra de dringende reden u (als directie) volledig duidelijk is geworden.
- Onverwijld medegedeeld: De reden voor het ontslag moet direct en kraakhelder aan de werknemer worden medegedeeld, bij voorkeur zowel mondeling als schriftelijk bevestigd.
De valkuil van 'onverwijldheid' en bewijslast
De eis van 'onverwijldheid' is een juridisch mijnenveld. Aan de ene kant mag u niet treuzelen. Als u op maandag ontdekt dat een werknemer fraudeert en u wacht tot vrijdag om in te grijpen omdat u het 'te druk' had, oordeelt de rechter dat de reden blijkbaar niet 'dringend' genoeg was. Het ontslag is dan ongeldig.
Aan de andere kant mag u ook niet blind schieten zonder sluitend bewijs. Een vermoeden van diefstal is geen bewijs van diefstal. Als u iemand op staande voet ontslaat op basis van een onderbuikgevoel, trekt u steevast aan het kortste eind.
Het strategische alternatief: Schorsing
Wat is dan de juiste processtrategie? Zodra er een ernstig vermoeden is van een dringende reden, dient u de werknemer direct te schorsen (of vrij te stellen van werk) met behoud van loon, in afwachting van een onderzoek. Dit geeft u de cruciale tijd om camerabeelden veilig te stellen, getuigenverklaringen op te nemen en de werknemer de kans te geven op wederhoor (hoor en wederhoor is essentieel). Let wel: dit onderzoek moet voortvarend plaatsvinden. U mag hier geen weken de tijd voor nemen.
De financiële strop van een onterecht ontslag
De risico's van een overhaast of slecht onderbouwd ontslag op staande voet zijn gigantisch. Als de rechter het ontslag vernietigt, heeft de werknemer met terugwerkende kracht recht op loon, vermeerderd met de wettelijke verhoging (die kan oplopen tot 50%) en wettelijke rente. Vaak is de arbeidsrelatie dan al zo verstoord dat u alsnog via een ontbindingsprocedure afscheid moet nemen.
Kiest de werknemer er zelf voor om het ontslag in stand te laten, maar vordert hij schadevergoeding? Dan wordt u als werkgever vaak veroordeeld tot het betalen van de transitievergoeding, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging én een peperdure billijke vergoeding omdat u 'ernstig verwijtbaar' heeft gehandeld.
Blijkt de dringende reden juridisch nét niet haalbaar? Dan bent u aangewezen op een regulier ontbindingstraject. In dat geval is het essentieel dat u terug kunt vallen op een goed opgebouwd dossier, want zonder dat kan dossiervorming uw achilleshiel blijken te zijn bij de kantonrechter.
Mijn advies
Bij een crisis op de werkvloer is snel en kordaat handelen vereist, maar wél binnen de strakke kaders van de wet. Laat uw woede nooit de ontslagbrief dicteren. De exacte formulering van de ontslagreden in de brief legt het fundament voor de eventuele rechtszaak maanden later; u kunt hier achteraf niets meer aan toevoegen of wijzigen ("fixatie van de ontslagreden").