De vraag die ondernemers mij het vaakst stellen is niet of zij gelijk hebben, maar hoe snel zij het krijgen. Dat is een procesrechtelijke vraag, en het antwoord bepaalt vaak de uitkomst van het geschil. Kiest u voor een kort geding, dan heeft u binnen enkele weken een vonnis – maar een voorlopig vonnis. Kiest u voor de bodemprocedure, dan krijgt u een definitieve beslissing, maar duurt dat al gauw een jaar.
Twee procedures met een verschillend doel
Het kort geding van artikel 254 Rv is bedoeld om een ordemaatregel te treffen zolang het geschil nog niet definitief is beslecht. De voorzieningenrechter geeft geen eindoordeel over uw rechtsverhouding; hij treft een voorziening die de situatie leefbaar houdt totdat de bodemrechter heeft gesproken.
De bodemprocedure beslecht het geschil zelf. Dat vonnis krijgt gezag van gewijsde en bindt partijen, ook in latere procedures. Wie definitieve duidelijkheid wil over aansprakelijkheid, over de uitleg van een contract of over de omvang van schade, ontkomt niet aan die route.
Wanneer leent uw zaak zich voor een kort geding?
Drie voorwaarden bepalen dat in de praktijk. De eerste is een spoedeisend belang: u moet aannemelijk maken dat de uitkomst van een bodemprocedure niet kan worden afgewacht. Een vordering die al twee jaar op de plank ligt, is zelden spoedeisend – stilzitten ondermijnt uw eigen argument.
De tweede is een overzichtelijk feitencomplex. Voor uitgebreide bewijslevering, met getuigenverhoren en deskundigenberichten, is in kort geding in beginsel geen plaats. Hangt uw zaak op de vraag wie tijdens een bespreking precies wat heeft toegezegd, dan is kort geding zelden de juiste route.
De derde is de belangenafweging. De voorzieningenrechter weegt uw belang bij een onmiddellijke voorziening tegen het nadeel dat de wederpartij daarvan ondervindt, en betrekt daarbij het restitutierisico: kan wat nu wordt betaald of afgegeven straks nog worden teruggedraaid?
De prijs van snelheid
Een kortgedingvonnis is uitvoerbaar bij voorraad en kan dus direct ten uitvoer worden gelegd. Daar staat tegenover dat het oordeel voorlopig is. Oordeelt de bodemrechter later anders, dan moet worden terugbetaald of hersteld – en is de partij die executeerde daarvoor aansprakelijk.
Daar komt bij dat de kortgedingrechter zich in vaste rechtspraak in beginsel moet afstemmen op een reeds gegeven bodemvonnis. Ligt er een uitspraak in de bodemzaak, dan is de ruimte voor een afwijkende voorlopige voorziening zeer beperkt.
Let ook op de termijn. In kort geding bedraagt de beroepstermijn vier weken in plaats van drie maanden (artikel 339 lid 2 Rv). Die termijn is fataal en wordt in de praktijk regelmatig gemist.
De bodemprocedure: trager, maar definitief
De bodemprocedure begint met een dagvaarding, gevolgd door een conclusie van antwoord en in de regel een mondelinge behandeling. Hier is wél ruimte voor getuigen, deskundigen en een volwaardig debat over de feiten. Reken op een doorlooptijd van ongeveer een jaar tot vonnis in eerste aanleg; hoger beroep komt daar bovenop, met een beroepstermijn van drie maanden.
Die tijd is geen verloren tijd. Een zorgvuldig opgebouwd dossier levert een vonnis op waar u jaren op kunt terugvallen, en dwingt de wederpartij tot een serieuze afweging over schikken.
Waarom de combinatie vaak het sterkst is
In de praktijk is het zelden kort geding of bodemprocedure. Het kort geding bevriest de situatie of dwingt betaling af; de bodemprocedure rondt de zaak af. Wie beslag legt, kan zelfs niet anders: binnen de door de voorzieningenrechter bepaalde termijn moet de hoofdzaak aanhangig worden gemaakt, anders vervalt het beslag van rechtswege.
De kunst zit in de volgorde en de timing. Een kort geding dat te vroeg wordt aangespannen, verzwakt uw positie in de bodemzaak. Een bodemprocedure zonder voorafgaande zekerheidstelling levert u een vonnis op tegen een lege huls. Lees de analyse over conservatoir beslag →
Mijn strategisch advies
Begin bij de uitkomst die u wilt bereiken en werk terug. Wilt u betaling, een verbod, of duidelijkheid? Beoordeel vervolgens eerlijk hoe hard uw bewijs is en of de rechter uw spoed zal erkennen. Pas daarna kiest u de procedure. Die volgorde levert vaker resultaat op dan de reflex om zo snel mogelijk te dagvaarden.