Als een leverancier u ondeugdelijke software levert of een aannemer weigert de laatste gebreken te herstellen, is de eerste reactie van veel ondernemers volkomen logisch: "Dan betaal ik die laatste factuur voorlopig ook even niet." Dit mechanisme heet het opschortingsrecht. Het is het meest directe, goedkope en effectieve drukmiddel in het commerciële handelsverkeer, omdat u de wederpartij direct raakt waar het pijn doet: de liquiditeit.
Maar let op: het opschortingsrecht is een vlijmscherp zwaard dat aan twee kanten snijdt. Als u uw verplichtingen opschort zonder dat u daar juridisch gezien recht op heeft, slaat de weegschaal direct door. U bent op dat moment zélf degene die wanprestatie pleegt, met alle financiële en juridische schadeclaims van dien.
De drie ijzeren eisen voor opschorting
Om rechtsgeldig de betaling of levering te mogen pauzeren (artikel 6:52 BW en artikel 6:262 BW), moet u aan drie harde, cumulatieve voorwaarden voldoen:
- Opeisbaarheid: Uw vordering op de wederpartij moet direct opeisbaar zijn. U kunt niet opschorten voor iets wat in de toekomst misschien mis dreigt te gaan, of waarvan de leveringstermijn nog niet is verstreken (uitzonderingen daargelaten, zoals bij dreigend faillissement).
- Voldoende samenhang (Connexiteit): Er moet voldoende samenhang bestaan tussen uw verplichting (betalen) en de verplichting van de ander (leveren/herstellen). Bij een reguliere wederkerige overeenkomst is dit vrijwel altijd het geval. Echter, u mag niet de factuur van Project B opschorten omdat u ontevreden bent over de oplevering van Project A, tenzij u dit vooraf contractueel heel scherp heeft dichtgetimmerd.
- Proportionaliteit: Dit is de grootste valkuil in de praktijk. De opschorting moet in verhouding staan tot de tekortkoming. Blijft er bij de levering van een compleet kantoorpand nog één deurklink klemmen? Dan mag u hooguit de waarde van die reparatie inhouden. Weigert u echter de volledige eindfactuur van €100.000,- te betalen voor die ene deurklink, dan handelt u disproportioneel en pleegt u zelf contractbreuk.
De onzichtbare blokkade: De Algemene Voorwaarden
Voordat u triomfantelijk een mail stuurt dat u de betaling bevriest, moet u één cruciaal document controleren: de Algemene Voorwaarden. In veel B2B-overeenkomsten is het opschortingsrecht (samen met het verrekeningsrecht) namelijk standaard en expliciet uitgesloten.
Als de leverancier in zijn voorwaarden succesvol heeft bedongen dat u "nimmer het recht heeft om betalingsverplichtingen op te schorten of te verrekenen", en deze voorwaarden zijn rechtsgeldig van toepassing (herinner u de strijd der formulieren), dan snijdt u zichzelf gigantisch in de vingers als u toch de betaling stopt. U bent dan direct wettelijke handelsrente en incassokosten verschuldigd.
Strategisch handelen bij wanprestatie
Om het opschortingsrecht veilig en doeltreffend in te zetten, adviseer ik mijn cliënten de volgende processtrategie te hanteren:
Stop nooit met betalen of presteren zonder dit uitdrukkelijk en schriftelijk te communiceren. Stuur een formele brief waarin u concreet de tekortkoming benoemt, aangeeft welk bedrag of welke prestatie u exact opschort, en onderbouw waarom dit proportioneel is. Geef de wederpartij tevens een finale termijn om alsnog na te komen. Zodra het juridische vizier op scherp staat, en de wederpartij beseft dat uw opschorting in beton gegoten is, komt men negen van de tien keer razendsnel in beweging.